Fietsclub Lekker Bakkie Koffie

Over LBK Fietsreizen Trainingsritten
Paul Mentink
Andere websites

Fietsclub LBK

Klik op de foto om te vergroten

Het was in 1995 toen het LBK voor het eerst de bergen rond het Middellandse zeegebied opzocht. Sindsdien is in die contreien elk jaar gedurende een week lekker gefietst, lekker gegeten en lekkere wijn gedronken. En het LBK zou het LBK niet zijn als zij niet regelmatig een lekker bakkie koffie drinken op een zonnig terras. Om de kans in een drukke toeristische plaats verzeild te raken te verkleinen en de kans op mooi weer te vergroten, fietsen zij bij voorkeur in de eerste of tweede week van mei. De natuur is in deze periode dan op zijn mooist, tenminste als je er oog voor hebt.
Het LBK is een groep vrienden die een soort van fietsclub hebben opgericht om in een land waar je lekker kunt eten en drinken in de bergen te kunnen fietsen. Zij zijn jong van geest maar oud van lijf en leden. Jong van geest omdat een aantal LBK-ers nog schoolgaande kinderen hebben. Oud van lijf en leden omdat het merendeel Abraham, niet die van het smurfenlied maar die van de mosterd, al ergens gezien hebben.

Maar waar staat LBK nu voor? Het betekent letterlijk Lekker Bakkie Koffie en de naam is ontstaan tijdens de eerste fietsreis in ItaliŽ. Vanwege de onbekendheid van het terrein, met name de bergen, stopten zij toentertijd regelmatig voor een bakkie koffie.

Er zijn twee bijzondere aspecten die het LBK onderscheidt van andere toertochtclubs. Zij rijden hun tochten zonder een uniform wielertenue en zij rijden zelden in gesloten formatie.
Het ontbreken van een uniform wielertenue is op zich verrassend, want tegenwoordig hebben de meeste clubs of teams wel een kledingsponsor. Het is dan ook vreemd dat er vanuit de horeca, of vanuit een toeleverend bedrijf, er zich nog geen sponsor gemeld heeft voor deze groep wielerenthousiastelingen met een gezonde belangstelling voor lekker drinken en lekker eten.
Er zijn zelden momenten dat zij in een gesloten formatie fietsen. Regelmatig duikt er vrij snel een plaatsnaambordje op en dan is, door de daarop volgende sprint, het verband snel weer weg. Je ziet daarom dan ook verschillende kleinere groepjes achter elkaar. Alleen in het geval dat zij ergens een stop maken, bij voorkeur bij een locatie waar zij koffie schenken, is het LBK gedurende een langere periode in zijn geheel te bewonderen.
Klik op de foto om te vergroten Trouwens, een berg op rijden in groepsverband is toch al geen haalbare kaart, immers de klimkwaliteiten van de afzonderlijke LBK-ers verschillen daarvoor te veel. Op de top van een berg wachten zij meestal nog wel totdat iedereen gearriveerd is, waarna vervolgens in vliegende vaart iedereen weer uit elkaar raakt in de afdaling. De afdalingskwaliteiten verschillen evenveel.

Hoe is het trouwens om als fietser een berg te beklimmen. Je begint enthousiast onder aan de berg, maar geleidelijk daalt dit enthousiasme. Zo halverwege begin je te hopen dat je na de volgende bocht de top al kunt zien. Langzamerhand begin je te balen zodat je bijna, of soms helemaal, wilt afstappen. Maar daardoor komt de top echt niet dichterbij. Dus uit pure ellende ga je maar verder. Hierna krijg je een periode dat je als een soort automatische piloot verder klimt. Als je dan uiteindelijk voelt dat de wind iets harder begint te waaien, dan weet je dat de top niet ver meer is. Eenmaal op de top kun je uitblazen en het is verbazingwekkend hoe snel je al weer vergeet hoe moeilijk het is geweest.
Bij een beklimming is het vaak lastig te zien hoeveel het stijgingspercentage is. Zo lijkt een weg op het oog niet zo snel te stijgen, terwijl je er vervolgens de grootste moeite mee hebt. Bij een haarspeldbocht denk je dat je er nooit tegen op zult komen en dan levert het bijna een rustpunt in de beklimming op. Ga bij een klim nooit door de binnenbocht van een haarspeldbocht, het kan daar heel stijl zijn.
"What goes up must come down" is een bekende Engelse uitdrukking. Bij een afdaling is het meest belangrijke tot hoever je het overzicht over de weg hebt. Bij een goed overzicht kun je binnenbochten lekker aansnijden, anders zul je toch je eigen weghelft moeten aanhouden. Verkeer is niet alleen lastig als het tijdens jouw afdaling naar boven komt, maar vaak nog lastiger wanneer het ook naar beneden gaat. Als fietser kun je vaak sneller afdalen en met name bussen, campers en auto's met caravans zijn dan erg vervelend om in te halen. Waar je bij het dalen vooral voor moet opletten is of er geen los zand of grind ligt in een bocht langs een afgrond. Als het in een dergelijke bocht namelijk mis gaat, geeft dat zoveel rotzooi.

Het voordeel van het Middellandse zeegebied is, dat alle landen rondom deze blauwe zoute plas bergen hebben. En de meeste landen staan er bekend om hun wijn en keuken. Er is dan ook geen noodzaak om elk jaar naar hetzelfde land af te reizen. Het brengt variatie in het toch al saaie fietsleven in Nederland, waar ze puisten in het landschap bergen noemen en waar ze dagelijks gehaktballen in Croma bakken.